DE VIER BASISELEMENTEN

De dhatu’s zijn de vier basiselementen waaruit het lichaam samengesteld is: aarde, water, vuur en lucht. Bij de dood valt het lichaam uit elkaar en alles wat het lichaam omvat, keert terug naar de vier basiselementen: de aarde-elementen (de vaste bestanddelen, beenderen) keren terug naar de aarde; de waterelementen (vloeistoffen) worden terug water; de luchtelementen (gassen) worden opnieuw lucht en het vuurelement (temperatuur, warmte) wordt vuur. Bij de dood keert alles terug naar de dhatu’s

Ontstaan en vergaan is de enige realiteit. Dit Proces is de ultieme (absolute) werkelijkheid. (*) Elke andere (zintuiglijke) ’realiteit’ die we voor waar aannemen is louter conventie. Illusie. Er is geen ‘ik’, ‘mij’ of ‘mijn’. Niet tijdens het leven. Niet na de dood. Er zijn enkel de dhatu’s en het Proces van ontstaan en vergaan. Anicca. Een eeuwig cyclisch proces waar niets verloren gaat. 

Inzicht in het Ongeborene en het Doodloze suggereert dat er een dieper niveau van werkelijkheid bestaat, voorbij de conditioneringen van de zintuiglijke waarneming. Het Ongeborene en het Doodloze zijn begrippen die verwijzen naar de noumenale werkelijkheid die voorbijgaat aan de dualistische concepten van geboorte en dood.

_______

(*) doordenkertje: de ultieme, absolute, noumenale werkelijkheid draagt niets esoterisch in zich. Het is gewoon datgene wat is. Wat wáár is. As it is. Wat in het verleden was; in het heden is en in de toekomst zal zijn. De absolute werkelijkheid is dus niets dat gefantaseerd wordt. Hier tegenover staat de zintuiglijke werkelijkheid, die door de meesten wordt ingeschat als het enige en hoogste goed. Maar wat is deze zintuiglijke werkelijkheid? Het is de ‘werkelijkheid’ die verschijnt wanneer de zintuigpoorten gestimuleerd worden. Deze zintuiglijke werkelijkheid is dus een uiterst subjectieve werkelijkheid, waardoor onze reactie erop uitermate geconditioneerd is. De zintuiglijke werkelijkheid is een verdraaide realiteit: we verlangen naar wat we aangenaam vinden; we hebben afkeer voor wat we als onaangenaam percipiëren. Het is een werkelijkheid die wegkijkt van datgene wat wáár is. Deze zintuiglijke realiteit is een begoocheling. Een concept. Een conventie. Een misvatting die voortspruit uit de manier waarop onze geest werkt.