ONTMIJN JE GEDACHTEN

Observeer je gedachten zonder je ermee te identificeren. Wees aandachtig en benoem je gedachten: ‘begeerte’; ‘boosheid’; ‘luiheid’; ‘stress’; ’twijfel’,…

Hoe je ze noemt, maakt niet uit. Door je gedachten te benoemen worden ze ontmijnd. Ontmijnd van verlangen en afkeer. Door ze te ontmijnen groeit de ruimte tussen twee gedachten.

Deze ruimte is je oorspronkelijke, ware natuur (P. sabhava). Je oorspronkelijk gezicht. Het is de pure staat voordat je jezelf omhult met opinies, gewoonten, percepties, verwachtingen, woorden en concepten.

Je ware aard is het heldere inzicht—het lege, ongeconditioneerde gewaarzijn dat altijd, in élk moment, aanwezig is maar onder een dikke laag onwetendheid verborgen ligt. Dit ‘gewaarzijn’, dit ‘pure bewustzijn’, is het eeuwige Proces van ontstaan en vergaan dat het hele Bestaan omvat. 

De Boeddha noemde dit Proces ‘het Ongeborene’ (P. ajata), ‘het Doodloze’ (P. amata), ‘het Ongeconditioneerde’ (P. asankhata).

Maar men kan dit evengoed betitelen als ‘Ultieme Werkelijkheid’, ‘het Absolute’, ‘Leegte’, ‘Ruimte’, Tao, ‘God’… 

Hoe je dit ‘Proces’ noemt, maakt evenmin iets uit: op dit niveau verliezen woorden en concepten hun belang. Op dit echelon geldt enkel de experiëntiële ervaring (P. paccanubhoti) als norm.

De beoefenaar die erin slaagt zich met dit superieure Proces te vereenzelvigen, gaat voorbij aan samsara, waarbij de wezens blijvend ronddwalen in de relatieve wereld van vergankelijkheid (P. anicca) en lijden (P. dukkha). 

Het Ongeborene, het Doodloze, het Ongeconditioneerde is je ware aard. Niet de illusies van dat belichaamde ‘ikje’ dat in de zintuiglijke wereld maar niet tot rust komt.