MAAK VAN DHAMMA GEEN ÉÉNOGIG KERKJE

In de Anguttara Nikaya zegt de Boeddha het volgende:

 Net als de oceaan één smaak heeft—de smaak van zout—zo heeft de Buddhadhamma één enkele smaak, de smaak van bevrijding. 

Dhamma laat zich niet opdelen in verscheidenheid. Er is slechts één natuurwet. Eén Dhamma. Er valt geen essentieel verschil te onderkennen tussen de veelheid aan denkbeelden, aan interpretaties, aan stromingen.

Je kan het een andere naam geven; anders benoemen. Je kan een andere methode gebruiken om het te duiden. Het een andere interpretatie geven. Maar ondanks al deze zogenaamde decalages blijft de finaliteit gelijk.

Wat erop wijst en ons duidelijk maakt dat de verschillende boeddhistische scholen slechts vaardige hulpmiddelen (P. upaya’s)—’voertuigen’ (P. yana’s)—tot ontwaken zijn.

Vaardige hulpmiddelen mogen echter nooit een splijtzwam vormen. Indien ze dat wél doen is Mara aan het werk. Dan speelt dualiteit op. En met zulke gewilde verscheidenheid loert onwetendheid (P. avijja) om de hoek. Dan zijn het op slag geen hulpmiddelen meer, maar aberrante stoorzenders.

Geef onwetendheid geen kans. Laat je niet meeslepen door een tweedeling. Nooit. Loop niet achter zulke hardroepers in de woestijn. Zij volgen de Boeddhaweg niet. Zij lopen achter hun ego aan.

Een dogmatische, sektarische benadering is niet het Pad van de Boeddha. Is niet de Middenweg.

Dhamma is één. Dhamma heeft maar één smaak. De smaak van bevrijding uit dukkhaVimutti.

Hou het Pad onbezoedeld. Zuiver. Puur. Observeer hoe helend het is om over de (kunstmatige) muurtjes te kijken. Om te zien wat ons verbindt. Niet om te bakkeleien over wat ons (zogezegd) scheidt.

Maak van Dhamma geen éénogig kerkje. Die zijn er al genoeg op deze wereld.