KAMMA

In de Dhammapada, Gatha # 127,  zegt de Boeddha:

Niet in de lucht. Niet in het midden van de oceaan. Niet in een grot. Op de hele wereld is er geen plaats te vinden waar iemand kan ontsnappen aan (de gevolgen van) zijn onheilzame daden.

Anders gezegd: er is geen plek op aarde te vinden waar de mens kan ontkomen aan het resultaat van zijn/haar kamma.

Volgens de Boeddha is kamma geen predestinatie of determinisme dat de mens opgelegd is door mysterieuze, onbekende krachten of machten waaraan hij zich hulpeloos moet onderwerpen. 

Simpel gezegd: we zullen oogsten wat we intentioneel gezaaid hebben. We zijn het resultaat van wat we waren en we zullen het resultaat worden van wat we nu zijn.

Omdat er geen verborgen ‘element’ of externe ‘kracht’ bestaat die beloning of straf toebedeelt, hoeven we niet op gebed, verering of offers op die bovennatuurlijke kracht te rekenen om de resultaten van ons kamma te manipuleren. 

Alle gevolgen—voor onszelf, voor de anderen, voor de wereld—van onze intentionele wilshandelingen vormen onze persoonlijke verantwoordelijkheid. 

Deze verantwoordelijkheid kunnen we nooit ontlopen. 

We hoeven ons niet te verschuilen achter illusie. Niet de schuld bij anderen leggen. Maar evenmin de verantwoordelijkheid voor onze bevrijding op de rug van een illustere onbekende macht schuiven. Dat is vluchtgedrag. We moeten beseffen dat dit onze persoonlijke verantwoordelijkheid is. Dat het op ieder van ons aankomt. Dat wij onze eigen beschermer zijn.