SPIRITUELE VRIENDEN

In de Pali-canon worden onze medestanders op het pad van ontwaken nobele, deugdzame vrienden genoemd: ariya sappurisa kalyanamitta. Het zijn spirituele vrienden met ‘weinig stof op de oogleden’. Compagnons de route die ons helpen om transformaties in gang te zetten, mekaar wakker te schudden én wakker te houden.

De Boeddha wist dat de potentie tot ontwaken in ieder van ons aanwezig is. Daarom stelt hij—als kundige veerman—aan ieder van ons de meest penetrante en uitdagende vraag die in dit leven gesteld kan worden:❛ Koi Paraga—Wie vaart mee naar de Andere Oever

Doordat het een kwestie van volgehouden inspanning is om tot ontwaken te komen is het zo belangrijk om ons te omringen met integere, spirituele vrienden. Met medestanders op de weg naar inzicht. Om samen naar de stroom te gaan. Om de stroom te betreden. Om over te steken naar de Andere Oever. Niet in een verre onbestemde toekomst. Maar in dít leven.

In de Upaddha Sutta  verloopt een gesprek tussen de Boeddha en Ananda als volgt:

Ik heb gehoord dat de Verhevene eens verbleef in een stad genaamd Sakkara. Ananda ging naar de Verhevene toe, boog eerbiedig voor de Boeddha en ging naast hem zitten.

Terwijl hij daar zat, zei Ananda tegen de Bhagavat: “Dit is het halve heilige leven, Heer: het hebben van bewonderenswaardige mensen als spirituele vrienden, als metgezellen, als collega’s.”

“Zeg dat niet, Ananda, zeg dat niet”, antwoordde de Boeddha. “Het hebben van bewonderenswaardige mensen als spirituele vrienden, als metgezellen, als collega’s is eigenlijk het hele heilige leven. 

Wanneer een monnik bewonderenswaardige mensen als spirituele vrienden, als metgezellen, als collega’s heeft, mag je verwachten dat hij het Edele Achtvoudige Pad ontwikkelt en voortzet”