
Wanneer we naar het heden kijken, blijkt het vaak al gevormd door het verleden. Wat zich nu toont, wordt haast ongemerkt gelezen door herinnering, verwachting en gewoonte. Zo wordt het huidige moment zelden echt ontmoet; het wordt voortgezet, verklaard, ingevuld.
Toch wijst de contemplatieve traditie op een ander zien. Niet een heden dat zijn betekenis ontleent aan wat voorafging, maar een heden dat rust in zichzelf. Een moment dat niet voortkomt uit het verleden en niet vooruitwijst naar iets anders. Een aanwezigheid die niets hoeft te worden.
In dat zien valt de neiging weg om ervaring te herleiden tot oorsprong of gevolg. Wat verschijnt, verschijnt—zonder claim, zonder verhaal. Niet als iets geïsoleerds, maar ook niet als een schakel in een persoonlijke geschiedenis. Het moment staat vrij, ongeboren in die zin dat het niet uit iets anders lijkt voort te komen.
In de boeddhistische taal wordt dit soms aangeduid als tathatā—zoheid, aldusheid. Geen begrip om vast te houden, maar een naam voor wat zichtbaar wordt wanneer het denken even niet tussenbeide komt. Wanneer het heden niet langer gedragen wordt door herinnering, maar door niets anders dan zichzelf.
Hier raakt het zien aan wat in de teksten het Ongeborene wordt genoemd. Niet als iets dat verschijnt, maar als datgene waarin verschijnen mogelijk is. Niet als een ervaring naast andere ervaringen, maar als de openheid waarin ervaring geen oorsprong hoeft te hebben.
Dit is geen toestand die bereikt wordt. Het is eerder wat overblijft wanneer het maken, verklaren en voortzetten stilvalt. Het heden hoeft dan niet langer gedragen te worden door tijd. Het staat niet op de schouders van het verleden en leunt niet op de belofte van de toekomst.
Wat rest is een stille aanwezigheid, eenvoudig en onopvallend. Ze vraagt niets en biedt niets aan. En juist daarin ligt haar bevrijdende karakter: het leven hoeft zich niet langer te verantwoorden.
Zo ontvouwt zich een heden dat niet ontstaat, niet vergaat, en daarom niet vast te houden is. Geen punt in de tijd, maar een tijdloos openen. Geen bezit, geen inzicht, maar een ontplooien in wat altijd al vrij was.
