
Leegte (suññatā) en niet-zelf (anattā) verwijzen in het boeddhisme naar verschillende, maar nauw verwante aspecten van de werkelijkheid.
Niet-zelf richt zich op de illusie van een vaste identiteit. De Boeddha onderwees dat er geen permanent ‘zelf’ of ‘ziel’ bestaat in levende wezens—niet bij mensen, maar ook niet bij dieren, goden of andere entiteiten.
Wat we doorgaans beschouwen als ons ‘zelf’—lichaam, gewaarwordingen & gevoelens, perceptie/waarneming, reacties en bewustzijn—is samengesteld uit veranderlijke en vergankelijke componenten: de khandha’s. Omdat deze voortdurend veranderen, is er geen blijvende kern die als een ‘ik’ aangeduid kan worden.
De Boeddha omschrijft dit in de Anattalakkhaṇa Sutta heel duidelijk: ❛ Dit ben ik niet. Dit is niet van mij. Dit is niet mijn zelf. ❜
Zulk inzicht helpt ons te begrijpen dat gehechtheid aan een persoonlijke identiteit een bron van lijden is. Door de illusie ven een ‘zelf’ te doorbreken, ontstaat er ruimte voor bevrijding.
Leegte heeft een bredere betekenis en verwijst niet alleen naar het ‘zelf’, maar naar de aard van álle verschijnselen.
In het boeddhisme betekent leegte dat niets een inherent, zelfstandig bestaan heeft. Alles ontstaat afhankelijk van oorzaken en voorwaarden—aangeduid in het Pāli als paṭicca-samuppāda. Dit betekent niet dat dingen niet bestaan, maar dat ze geen op zichzelf staande essentie hebben. Objecten, gedachten en emoties ontstaan en vergaan afhankelijk van allerlei oorzaken (hetu’s) en voor-waarden (paccaya’s).
Het verschil tussen beide concepten (niet-zelf en leegte) is subtiel, maar belangrijk.
Niet-zelf richt zich op het loslaten van een persoonlijke identiteit, terwijl leegte onthult dat niets, inclusief het ‘zelf’, een vaste essentie heeft.
Waar het inzicht in niet-zelf ons bevrijdt van gehechtheid aan het ego, opent leegte de deur naar een diepere realisatie: alles is vergankelijk en bestaat slechts in onderlinge afhankelijkheid.
In de praktijk versterken beide inzichten elkaar. Door niet-zelf te begrijpen, kunnen we loskomen van ego en verlangen. Het besef van leegte helpt ons de wereld te zien zoals ze werkelijk is—dynamisch, vergankelijk en zonder inherente vaste identiteit.
Wie dit doorziet, leert het leven te omarmen zonder gehechtheid—vrij, helder en moeiteloos.
