
Wanneer een ei van buitenaf wordt gebroken, eindigt het leven dat zich in het ei bevindt. Wanneer het ei van binnenuit breekt, ontstaat het leven.
Het bestaan laat zich niet afdwingen of sturen. Het verschijnt wanneer de juiste voorwaarden (paccayā; pratyaya) samenkomen, niet eerder, niet later, maar net op het juiste moment.
Zo ook met inzicht. Inzicht is geen resultaat van druk, analyse of wilskracht. Wat wordt afgedwongen, blijft aan de oppervlakte en sterft af zodra de spanning verdwijnt. Het is aangeleerd, geconstrueerd, en mist worteling. Wat daarentegen van binnenuit rijpt , wordt geboren. Niet als een bezit, maar als een helder zien dat vanzelf oplicht wanneer weerstand wegvalt.
Werkelijke verandering ontstaat nooit door overtuiging of kracht van buitenaf, maar door een stille, innerlijke rijping.
In de taal van de Dhamma spreekt men van bhāvanā: niet als handelen, maar als spontaan laten groeien. En van paccayā,voorwaarden, die elkaar in stilte ontmoeten. Wanneer deze voorwaarden samenkomen, ontvouwt inzicht vanzelf, zonder dat iemand het maakt.
Dhamma wordt niet gemaakt. Zij is geen constructie van het denken, geen resultaat van streven, geen antwoord op een vraag. Zij wordt herkend wanneer onwetendheid (avijjā; avidyā) verdwijnt en ruimte maakt voor zien en weten (janāmi passāmi; janāmi paśyāmi). Niet omdat iemand dat beslist, maar omdat de omstandigheden rijp zijn.
Zoals het ei niet weet hoe of wanneer de schaal zal breken, zo weet inzicht niet wanneer het zal verschijnen. Het gebeurt niet voor ons, maar in ons, en zelfs dat ‘in’ is slechts een tijdsmatige benadering. Wat verschijnt, verschijnt in stilte. Wat geboren wordt, is geen nieuw bezit of toestand, maar een wegvallen van wat niet langer nodig is.
En daarin toont zich dienstbaarheid: niet door iets toe te voegen, maar door niets in de weg te staan. Door te laten gebeuren wat gebeurt. Het is wat het is.
