
De methode van de Boeddha is niet gebaseerd op geloven, maar op kijken.
Niet het aannemen van een idee staat centraal, maar het aandachtig aanschouwen van wat zich hier en nu voordoet. De Dhamma nodigt niet uit tot overtuiging, maar tot helderheid. Zij vraagt niet om instemming, maar om directe ervaring.
Wanneer we werkelijk kijken, zonder haast en zonder vooropgezette conclusies, begint iets eenvoudigs zichtbaar te worden. Verschijnselen komen op en verdwijnen weer. Gevoelens ontstaan en lossen op. Gedachten verschijnen en vervagen. Niets blijft.
In dat stille kijken ligt de kern van de weg. Niet omdat iemand het gezegd heeft, maar omdat het zo gezien wordt. Niet omdat het geloofd wordt, maar omdat het zich toont.
De Boeddha wees daarom niet naar een leer om vast te houden, maar naar een manier van zien. Een open, onbevangen aandacht waarin ervaring zichzelf onthult.
Wie zo kijkt, begint te begrijpen. En wie begrijpt, hoeft niet langer te geloven.
