
In een boeddhistisch perspectief wordt aanvaarding niet gezien als een passieve overgave, maar als een actieve, bewuste keuze om het leven volledig te omarmen, zelfs in de aanwezigheid van lijden. Deze houding is geworteld in de erkenning van de Vier Edele Waarheden, waarin de Boeddha leert dat lijden (dukkha) een onvermijdelijk aspect van het bestaan is.
Aanvaarding (khanti) betekent in dit licht niet berusten of opgeven, maar de moed hebben om het lijden onder ogen te zien, de oorzaken ervan te begrijpen, het lijden te stoppen en het pad van bevrijding te volgen. Het is een innerlijke kracht die voortkomt uit wijsheid (paññā) en mededogen (karuṇā).
Aanvaarding als actieve keuze wordt zichtbaar in de boeddhistische beoefening van liefdevolle vriendelijkheid (mettā) en mededogen (karuṇā). Deze kwaliteiten vragen om een bewuste en open houding, waarin je jezelf en anderen met liefde blijft benaderen, ongeacht de omstandigheden, ongeacht wat zich ook in het verleden heeft afgespeeld. Het gaat hierbij niet om ontkenning van lijden, maar om een innerlijke beslissing om liefde te laten overheersen, zelfs te midden van pijn en moeilijkheden. Dit actieve liefhebben, zelfs in het licht van lijden, weerspiegelt de diepe wijsheid dat het verzet tegen wat is, het lijden alleen maar vergroot.
Daarnaast speelt gelijkmoedig loslaten (upekkhā) een belangrijke rol. Upekkhā betekent niet onverschillig worden, maar juist ophouden met zich te verzetten tegen de realiteit. Het is de bereidheid om het leven in al zijn facetten—vreugde (sukha) en verdriet (dukkha), voorspoed (lābha) en tegenslag (alābha)—te aanvaarden zonder gehechtheid (upādāna) of afkeer (dosa). Dit loslaten vraagt om een actieve geesteshouding waarin je het leven tegemoet treedt met innerlijke balans en acceptatie (adhivāsana).
Aanvaarding (khanti) in het boeddhisme gaat over het bewust kiezen om volledig aanwezig te zijn, met een open hart en helder inzicht. Het is het vermogen om lijden niet te vermijden, maar ermee te werken, en tegelijkertijd liefde en mededogen te laten bloeien.
Zo wordt aanvaarding een krachtig middel tot transformatie door de dingen te zien zoals ze zijn (vipassanā), waarbij je niet alleen jezelf, maar ook anderen inspireert om vanuit wijsheid (paññā) en mededogen (karuṇā) te leven.
Sabelslijpers en kruisvaarders hebben de wereld nog nooit één stap vooruit geholpen. Geëngageerd boeddhisme en doorleefde mettā wél.
