
Direct zien is het samenvallen van zien en weten. Wat verschijnt, wordt onmiddellijk gekend—zonder tussenstap, zonder conceptuele inkleuring, zonder verhalen, zonder drama’s, zonder uitleg, zonder iemand die het draagt. Een gewaarwording, een gedachte, een beweging verschijnt, en in dat verschijnen is het kennen reeds aanwezig—niet als betekenis of interpretatie, maar als eenvoudige helderheid.
Wat gezien wordt, wordt niet vastgehouden en wat gekend wordt, niet toegeëigend. Er vormt zich geen ‘ik’, geen ‘mij’, geen ‘mijn’—geen centrum dat zich tussen ervaring en weten plaatst. In direct zien valt de neiging weg om iets toe te voegen. Niet omdat toevoegen verkeerd zou zijn, maar omdat het gewoon overbodig is. Direct zien ontneemt niets aan de wereld. Het ontneemt enkel de claim die het ‘ik’ erop legt.
Wat overblijft is een stille openheid waarin verschijnen en verdwijnen zichzelf mogen zijn, zonder verlangen, zonder afkeer en zonder bevestiging. Dit zien kan niet worden geproduceerd of opgeroepen. Het verschijnt spontaan wanneer niets meer verdedigd wordt en niets meer bereikt hoeft te worden.
Dat is janāmi passāmi: zien zonder afstand, weten zonder eigenaar, een helderheid die niets vasthoudt en precies daardoor bevrijdt.
