
De beoefenaar vóór en ná het wakker worden blijft niet dezelfde mens. Het verschil ligt in het inzicht— het ‘zien’ van de illusie, de begoocheling. Māyā.
Stroombetreding is géén inwijding. Géén esoterie. Het is het ogenblik dat—plóts, spontaan, onverwachts, maar onmiskenbaar (wanneer alle voorwaarden vervuld zijn)—een doorbraak plaatsvindt in het zien van de ware aard van de dingen.
Slechts wanneer verlangen en afkeer geluwd zijn, kunnen de dingen gezien worden zoals ze werkelijk zijn. Yathā-bhūta.
In deze gelijkmoedigheid ontwaakt men, wordt men wakker. Niet door te streven, niet door iets te bereiken, maar door het doorzien en loslaten van de illusie van een ‘ik’, van conditionering.
Dit is wakker worden uit de geconditioneerde, onwetende staat—de transformatie van puthujjana tot ariya-puggala.
Wakker worden is een fundamenteel andere manier van de wereld ervaren: een direct inzicht in de aard van de dingen.
