
Dhamma is spontaan. Het is de natuurwet. De tijdloze wet. Dhammo sanantano. Dhamma is ruimte—helder, eenvoudig, zonder decoratie, zonder begoocheling, zonder eigendunk, zonder iets dat vastgehouden moet worden.
Wat gevormd is, geconditioneerd, biedt houvast voor een tijd. Instituten en structuren kunnen veiligheid beloven, en daarin vervullen zij hun eigen plaats en functie binnen de wereld. Maar bevrijding uit dukkha ontstaat alleen in het directe zien, in dat wat zich toont wanneer niets wordt toegevoegd en niets wordt weggenomen.
Observeer zelf. Zélf. Wees een eiland (dīpa), onaangeraakt door de golven van onwetendheid, verlangen en afkeer, niet door je af te zonderen van de wereld, maar door niet langer meegevoerd te worden door wat komt en gaat.
Kijk aandachtig, gelijkmoedig, helder bewust, met volledig begrijpen—sampajañña. Niet om iets te bereiken, maar om te zien. Niet om te worden, maar om te herkennen wat zich hier en nu ontvouwt.
Observeer zonder hoofd boven je hoofd. Als een bedelmonnik die niets bezit. Als een samaṇa die niets toevoegt. Als iemand die ziet. Als een meester.
In eenvoud. In stilte. In dienstbaarheid.
