WEES JE EIGEN EILAND, JE EIGEN LICHT

Wanneer de Boeddha in de Mahāparinibbāna Sutta tot Ānanda spreekt en zegt: ❛ Wees een licht voor jezelf, vertrouw niet op hulp van buitenaf❜, dan wijst hij niet naar een geïsoleerd individu dat alles alleen moet dragen. Hij wijst naar iets veel subtielers: het vermogen om direct te zien.

Een beoefenaar kan vele leraren ontmoeten, vele boeken lezen en vele woorden horen over de Dhamma. Maar geen enkele leraar, geen enkel boek, en geen enkel woord, kan het zien zelf voor ons volbrengen. Dat zien moet in stilte in het eigen bewustzijn ontluiken.

Daarom spreekt de Boeddha over het eigen eiland, het eigen licht. Niet als een plaats van afzondering, maar als een innerlijke grond van helderheid waarin men kan rusten wanneer alle meningen, overtuigingen en verwachtingen wegvallen.

Wie daar verblijft, merkt dat waarheid niet ontstaat uit gezag of traditie. Evenmin uit structuren. Ze verschijnt wanneer het kijken zuiver wordt—wanneer de yogi de dingen ziet zoals ze werkelijk zijn. Yathābhūta-ñāṇadassana (yathābhūta-jñānadarśana).

Dan wordt de Dhamma geen leer die men volgt, maar een licht dat van binnenuit begint te schijnen, dat zich van binnenuit ontvouwt.

En precies daar, in die stille helderheid, ligt het eiland waarover de Boeddha sprak. Dat eiland waar de tsunami’s van onwetendheid, verlangen en afkeer geen vat op hebben.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.