
Dhamma laat zich niet inperken door rituelen, door religieuze praktijken, door hiërarchie, door structuren.
Uiterlijke vormen schragen de Dhamma niet. Ze zijn niet de essentie. Ze zijn voorwaardelijk. Functioneel. Tijdelijk.
Beperk ze daarom tot het noodzakelijke. Tot het utilitaire. Bouw ze niet op. Zoek er geen toevlucht in.
En vooral: vereenzelvig je er niet mee. Want waar identificatie ontstaat, verstikt de vorm de beoefening. En daarmee het inzicht.
