TERUGKEREN NAAR HET ONGEBORENE

De oorspronkelijke staat—zonder centrum, zonder ‘ik’, ongeboren. Je keert ernaar terug; ze wordt niet ‘bereikt’ (als resultaat van één of andere intentionele handeling).

Het klinkt als een paradox: alsof men moet gaan naar wat nooit begon, ontwaken tot wat altijd aanwezig was. Maar het is geen paradox voor wie werkelijk stilvalt.

Er is een dimensie van zijn die niet geboren werd, die geen begin kent, geen locatie heeft, en geen ‘ik’ nodig heeft om te bestaan.
Niet iets dat je verwerft, niet iets dat je kunt grijpen of cultiveren.
Het ligt niet vooraan op het pad, noch als bekroning op het einde.
Het is wat alles mogelijk maakt, zonder zelf ooit iets te worden.

En toch is het hier. Niet achter een sluier, maar in het ongecompliceerde. In de adem vóór het denken, in de aanwezigheid die overblijft wanneer verlangen stilvalt en zoeken ophoudt. In het moment dat geen naam draagt en er ook niet naar verlangt.

Wie zou het kunnen bereiken? Wie zou het kunnen vasthouden?
Elke poging maakt het kleiner dan het is. Elk streven projecteert een afstand die nooit bestaan heeft.

Zoals de Boeddha zegt in de Udāna, VIII.3:

❛ Er is, monniken, het niet-geborene, het niet-gewordene,
het niet-geschapene, het niet-geconditioneerde. Als, monniken, dit niet-geborene, dit niet-gewordene, dit niet-geschapene, dit niet-geconditioneerde er niet zou zijn, dan zou er hier [in deze wereld] geen ontkomen mogelijk zijn aan het geborene, het gewordene, het geschapene, het geconditioneerde.

Maar omdat het niet-geborene, het niet-gewordene, het niet-geschapene, het niet-geconditioneerde er is, is het mogelijk te ontkomen aan het geborene, het gewordene, het geschapene, het geconditioneerde! ❜

Deze ontsnapping is geen daad, geen prestatie, geen triomf van inzicht of wil, geen resultaat van iets of iemand. Het is het stilvallen van al wat beweegt. Het verzachten van het grijpen. Het doorzien van de illusie dat er iets moet worden.

Wat overblijft, is het Ongeborene. Niet als een gedachte, niet als een staat, niet als een concept, maar als de grond van alles wat verschijnt—en verdwijnt.

Je keert ernaar terug. Of beter: het zoeken lost erin op.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.