BOUW NIET AAN STRUCTUREN. DAT IS TIJDVERLIES. BOUW AAN JEZELF

Er is een moment in elke beoefening waarop je ziet dat uiterlijke structuren—hoe verfijnd, goedbedoeld of zorgvuldig gebouwd ook—nooit de leegte kunnen vullen die alleen innerlijke helderheid kan dragen. Structuren bieden een vorm, maar geen bevrijding. Een richting, maar geen inzicht. Wie zijn vertrouwen legt in structuren, bouwt vaak naast de kern. In de stilte van de geest wordt dit heel eenvoudig: wat gebouwd wordt in de wereld, komt ooit weer tot verval; wat in jezelf ontwaakt, blijft.

De Boeddha nodigde ons uit te zien: ❛ Wat vergankelijk is, is dukkha; wat dukkha is, is niet-zelf.❜

Alles wat ontstaat, verandert. Alles wat gebouwd wordt, brokkelt vroeg of laat af. De ene structuur volgt de andere op, zoals regen na regen, wind na wind. Wie daarin veiligheid zoekt, zal teleurgesteld worden. Niet omdat structuren slecht zijn, maar omdat ze niet kunnen dragen wat we ervan verlangen.

Wanneer we onze energie richten op het bouwen van systemen, posities, organisaties of identiteiten, verliezen we de kern uit het oog: de transformatie die binnenin moet gebeuren, in de diepte van aandacht en eenvoud. Daar, in het stille kijken, vormt zich het enige fundament dat niet wankelt: inzicht in vergankelijkheid, inzicht in dukkha, inzicht in de lege natuur van alles wat zich aandient.

De taak van een kalyāṇamitta bestaat niet in het bouwen en onderhouden van structuren, maar in het behoedzaam en aandachtig kijken naar die innerlijke ruimte waar bevrijding kan oplichten. Niet door te duwen of te trekken, niet door te organiseren of te controleren, maar door aanwezig te zijn in stilte, eenvoud en dienstbaarheid. Dienstbaarheid betekent hier: geen bouwer worden van nieuwe vormen, maar een stille metgezel die uitnodigt tot het doorzien van alle vormen.

Het bouwen aan jezelf—in de ware, Dhamma-betekenis—is niet het versterken van het ‘ik’, niet het polijsten van persoonlijkheid, maar het laten wegvallen van lagen die het zicht verduisteren. Het is het zuiveren van intentie (cetanā; id.), het bewaken van de geest, het cultiveren van aandacht, kalmte, en wijsheid. Dit is het werk dat nooit verspild is, omdat het zich afspeelt buiten het bereik van tijd en verandering.

Wie bouwt aan structuren, bouwt eigenlijk niets. Hij verwijdert slechts wat de stilte overschaduwt, en ziet dan dat wat hij zocht altijd al aanwezig was: een openheid die niet door structuren begrensd wordt, een eenvoud die niet georganiseerd hoeft te worden, een dienstbaarheid die spontaan ontstaat wanneer angst en gehechtheid wegvallen.

Zo wordt duidelijk dat de weg niet uiterlijk is, maar innerlijk. Niet complex, maar eenvoudig. Niet luid, maar stil. En wat in stilte gedragen wordt, blijft ongeboren en onaangetast door de wereld.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.