DE OPEN RUIMTE VAN LEEGTE

Er zijn momenten waarop het leven lijkt te verharden. De dagen vullen zich met patronen die we nauwelijks nog zien, gedachten herhalen zichzelf, en de wereld wordt smaller zonder dat we precies weten wanneer dat begon. Maar soms, onverwacht, wordt alles stil. Een kleine pauze in de beweging, een zachte breuk in het dagelijkse ritme. En precies daar opent zich iets dat nooit verdwenen was, maar eenvoudigweg uit het zicht was geraakt.

In het boeddhistische onderricht wordt dit leegte genoemd. Geen leegte als afwezigheid, geen kil niets, maar een stille, grenzeloze openheid waarin alles voortdurend ontstaat en vergaat. Niets heeft een vaste, onafhankelijke kern; alles beweegt in onderlinge afhankelijkheid, in een dans van verschijnen en verdwijnen. De werkelijkheid is niet vast, niet stabiel. Ze ontvouwt zich telkens opnieuw, precies in de ontmoeting tussen wat verschijnt en de aandacht die het waarneemt.

Wanneer de aandacht verzacht, wanneer ze haar greep loslaat, wordt deze ruimte voelbaar. Dan blijkt dat het leven niet gevangen zit in vaste vormen, maar voortdurend beweegt. Niet in wat we vast willen houden, maar in dat wat we spontaan durven open laten. In de stilte tussen twee ademhalingen wordt de wereld telkens opnieuw geboren.

Toch klampen we ons vaak vast aan controle. We plannen, voorspellen en ordenen, alsof zekerheid ons zou kunnen beschermen tegen vergankelijkheid. Maar juist die behoefte aan beheersing verduistert de open ruimte waarin het leven zich wil tonen. Waar controle oplost, verschijnt vrijheid—niet als een concept, maar als een stille vanzelfsprekendheid. Vrijheid is geen uitbreiding van keuzes, maar het verdwijnen van onze drang om alles te willen bepalen.

Dit is de diepe dienstbaarheid van beoefening: telkens opnieuw thuiskomen in die open ruimte, zonder iets te willen bereiken, zonder te streven naar enige vorm van perfectie. Aanwezig zijn zonder automatisch te reageren vanuit angst, overtuiging of gewoonte. De wereld niet dichtschrijven, maar openhouden. Zo wordt elke ademhaling een zachte buiging voor het ongedwongen verschijnen van dit moment.

In die eenvoud, in dat stille vertrouwen, wordt de weg zichtbaar. Niet als een pad dat moet worden gevolgd, maar als een voortdurende ontvouwing van wat altijd al hier was: de vrije ruimte van leegte, die niets eist en alles mogelijk maakt.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.