DE VIJF OVERDENKINGEN

De Boeddha reikt ons in de Upajjhatthana Sutta, Aṅguttara Nikāya 5.57, vijf contemplaties aan die men regelmatig en zorgvuldig overweegt (abhiṇha-paccavekkhaṇa)—niet als leerstellingen om te geloven, maar als spiegels waarin het leven zich toont zoals het is.

❛ Het is mijn natuur dat ik oud word.
Aan veroudering kan ik niet ontkomen.

Het is mijn natuur dat ik ziek word.
Aan ziekte kan ik niet ontkomen.

Het is mijn natuur dat ik zal sterven.
Aan de dood kan ik niet ontkomen.

Alles wat me dierbaar is, en iedereen van wie ik hou, is veranderlijk en vergankelijk. Dat is hun natuur. Scheiden zal onvermijdelijk zijn. Niets kan worden vastgehouden. Ik kom met lege handen. Ik ga met lege handen.

Mijn daden zijn mijn enige werkelijke eigendom. Erfgenaam ben ik van wat ik doe. Aan de gevolgen ervan kan ik niet ontkomen.❜

In deze overdenkingen ligt geen somberheid, maar helderheid.
Geen verlies, maar het langzaam loslaten van wat nooit werkelijk vast was.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.