INZICHT GROEIT NIET UIT STRUCTUREN

Inzicht ontvouwt zich waar niets wordt vastgehouden of opgebouwd—niet uit systemen, niet uit organisaties, niet uit wat angstvallig in stand wordt gehouden. 

Wat gevormd is, behoort tot het geconditioneerde (saṅkhata; saṃskṛta). Het draagt de sporen van intentie, van herhaling, van bevestiging. Het kan richting geven, ondersteunen, beschermen zelfs—maar het zelf blijft binnen het domein van het gevormde.

Zien ontstaat niet uit vorm, maar uit het doorzien ervan.

De Dhamma (id.) is geen constructie. Ze is geen bezit van een gemeenschap, geen waarheid die bewaard wordt in woorden of instellingen. Zelfs wat zorgvuldig werd overgeleverd in de Pāli-canon, maakt deel uit van het geconditioneerde (saṅkhata; saṃskṛta)—het wijst slechts naar wat niet-geconditioneerd is (asaṅkhata; asaṃskṛta). Ze ontvouwt zich in het directe kennen van wat zich aandient—ongefilterd, ongezocht, spontaan.

Wanneer de juiste voorwaarden samenkomen—zoals het verstillen van de hindernissen; aandacht (sati; smṛti) en concentratie (samādhi; id.)—kan helder zien zich tonen, zonder dat het wordt opgebouwd.

Wanneer aandacht aanwezig is en grijpen (upādāna; id.) tot rust komt, wordt zichtbaar wat niet langer verhuld is. 

In dat zien ontvouwt zich paññā (prajñā): het stille herkennen van anicca (anitya), dukkha (duḥkha)en anattā (anātman) in alles wat verschijnt en verdwijnt.

Niets wordt toegevoegd in dat zien. Enkel dat wat nooit werkelijk was, valt weg.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.