HOE BEVRIJDING ZICH ONTVOUWT

Bevrijding uit dukkha ontvouwt zich niet door ‘worden’ (bhava; id.), maar door loslaten (vossagga; vyutsarga). Door uitdoven (sitibhāva; id.)—de koelte die ontstaat wanneer de vuren van onwetendheid, verlangen en afkeer doven.

❛ Anicca vata saṅkhārā, uppāda-vaya-dhammino. Uppajjitvā nirujjhanti, tesaṁ vūpasamo sukho —Vergankelijk zijn alle verschijnselen; zij ontstaan en zij vergaan. Eenmaal ontstaan, verdwijnen zij—hun verstilling alleen is geluk.❜

Hoe—op welke wijze—kan de beoefenaar deze ‘uitdoving’ zich laten ontvouwen?

Deze vraag raakt de kern van de beoefening. Daar hou ik van. Daar doe ik het voor. Beoefening die niet tot inzicht leidt, voelt voor mij dor—en de naam beoefening niet waard. Deze vraag overstijgt metafysische beschouwingen die intellectueel verfijnd kunnen zijn, maar praktisch weinig bijdragen aan daadwerkelijke bevrijding.

De Boeddha wijst er op verschillende plaatsen op dat bevrijding zich ontvouwt door aandachtige aanwezigheid en gelijkmoedige openheid voor wat zich aandient in dit moment—het nu-moment. In elk moment. Van moment tot moment. Slechts zo kan de ware aard van de dingen zichtbaar worden, zoals ze werkelijk zijn.

En hoe doet de beoefenaar dat?

Door te kijken als louter kijken. Door te horen als louter horen. Door te ruiken als louter ruiken. Door te proeven als louter proeven. Door te voelen als louter voelen. En door het denken te beschouwen als louter, efemere gedachten.

Zo wordt de letter van de Dhamma niet belangrijker dan de geest ervan. Woorden en concepten lossen vanzelf op tot directe, ervaringsgerichte ontplooiing—zichtbaar hier en nu, onmiddellijk kenbaar.

Kijken, horen, ruiken, proeven, voelen en denken op zich vormen de werkelijke ervaring van dit moment. Van elk moment. Zonder inhoud. Zonder voorkeur. Zonder afkeer. Zonder oordeel. Zonder opinie. Zonder enig persoonlijk additief. Zonder woorden en zonder concepten. Zonder identificatie met datgene wat conditioneert en voortstuwt tot worden.

Zo leeft de beoefenaar in een doorlopende aanwezigheid: een stille helderheid waarin het opkomen en verdwijnen van alle verschijnselen vanzelf zichtbaar wordt. In aanvaardende gelijkmoedigheid.

Van daaruit ontvouwt zich spontaan inzicht—niet door zoeken, maar door verstilling—in het proces zelf; in het Ongeborene; in het Doodloze; in wat de Boeddha aanduidt als de gelukzalige ruimte: het onbeweeglijke geluk—een verwijzing naar bevrijding uit dukkha, naar nibbana

Bevrijding—in dit moment. In elk moment. Van moment tot moment.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.