DE TILAKKHAṆA ZIEN IS YATHĀBHŪTA

Het is niet de lengte van de beoefening die ertoe doet. Het is de diepte ervan. Niet de hoeveelheid tijd die wordt beoefend, maar de helderheid waarmee de werkelijkheid wordt gezien. Het is dit directe inzicht dat tot stroombetreding (sotāpatti; srotāpatti) leidt.

Niet door het angstvallig opvoeren van een ritueel boeddhisme. Niet door louter intellectuele, scholastieke of doctrinaire arbeid. Maar door een gestaag volgehouden beoefening waarin leer (pariyatti; paryāpti) en praktijk (paṭipatti; pratipatti) elkaar ondersteunen en verdiepen.

Door inzichtmeditatie (vipassanā; vipaśyanā) wordt de ware aard van de verschijnselen zichtbaar. Men onderkent de onveranderlijke wetmatigheid van ontstaan en vergaan en ziet de dingen zoals ze werkelijk zijn: yathābhūta (id.).

Het inzicht in de tilakkhaṇa (trilakṣaṇa) vormt de sleutel tot bevrijding. Niet omdat het een leerstelling is om te begrijpen, maar omdat het een werkelijkheid is die rechtstreeks kan worden gezien.

Allereerst in het eigen geest-lichaamproces (nāma-rūpa; id.). Daar wordt zichtbaar hoe alle verschijnselen ontstaan en weer verdwijnen—een ongrijpbare stroom die van moment tot moment verandert, pulseert en nooit één ogenblik hetzelfde blijft.

Wanneer de beoefenaar rechtstreeks ziet dat niets blijvend (nicca; nitya),uiteindelijk bevredigend (sukha; id.) of als een zelf (attā; ātman) kan worden vastgehouden, begint de greep van de illusie te verdwijnen.

Bevrijdend inzicht is niets anders dan de dingen zien zoals ze werkelijk zijn. Zonder eraan vast te grijpen (upādāna; id.). Zonder ze af te wijzen (paṭigha; pratigha). Zonder zich ermee te identificeren als ‘ik’, ‘mij’ of ‘mijn’.

Dat zien is het einde van dukkha (duḥkha). Dat is ontwaken (bodhi; id.).

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.