GEEN ‘IK’ IN HET MIDDEN

Geen ‘ik’ in het Midden

De waarheid voegt niets toe en neemt niets weg. Ze vergroot niets en verkleint niets. Ze laat alles precies zoals het is—stil, helder, onaangeroerd.

Wat verdwijnt, is niet de wereld, noch de ervaring, noch het leven dat zich ontvouwt in al zijn eindeloze schakeringen. Wat oplost, is de subtiele maar hardnekkige illusie dat er ergens in het midden een ‘ik’ staat dat dit alles bezit, controleert of beleeft.

In dit helder zien wordt zichtbaar wat in de leer wordt aangeduid als anattā (anātman): de afwezigheid van een blijvende, onafhankelijke kern. Niet als een idee om vast te houden, maar als een directe herkenning die ontstaat wanneer het grijpen (upādāna; id.) stilvalt.

Dan blijkt: er is zien, maar geen ziener; er is voelen, maar geen voeler; er is denken, maar geen denker.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.