LEEF IN HET NU. ZONDER WROEGING. ZONDER ANGST.

Er is alleen dit moment waarin rechtstreeks kan worden gezien.

Niet omdat verleden en toekomst niet bestaan of er niet toe doen. Wat geweest is, kan zich nu aandienen als herinnering. Wat nog moet komen, kan verschijnen als verwachting, hoop of angst. Ook deze bewegingen van de geest ontstaan afhankelijk van oorzaken en voorwaarden.

En toch: hoe vaak blijft de geest hangen in wroeging (kukkucca; kaukṛtya) over wat voorbij is? Hoe vaak wordt hij beheerst door angst (bhaya; id.) voor wat nog moet komen?

Wanneer dit zorgvuldig wordt onderzocht — niet alleen intellectueel begrepen, maar rechtstreeks gezien — kan er iets veranderen.

Het verleden hoeft niet telkens opnieuw te worden vastgegrepen. De toekomst hoeft niet voortdurend vooraf te worden beheerst.

Wat er nu in lichaam en geest gebeurt, kan worden gezien zoals het zich voordoet. Een gedachte ontstaat. Een herinnering verschijnt. Angst komt op. Een verwachting krijgt vorm. En ook dit verandert en verdwijnt weer.

Wat verschijnt, verschijnt afhankelijk van voorwaarden. Wat verdwijnt, verdwijnt wanneer de voorwaarden ervoor veranderen of ophouden.

Zo wordt steeds duidelijker wat de Dhamma aanwijst: wat geconditioneerd ontstaat, is vergankelijk (anicca; anitya). Wat vergankelijk is, kan geen blijvende zekerheid of vervulling bieden. En wat zo ontstaat, verandert en vergaat, kan niet terecht worden beschouwd als: “Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf” (anattā; anātman).

Niet als een leerstelling die moet worden geloofd, maar als iets wat zorgvuldig kan worden onderzocht.

Naarmate dit helderder wordt gezien, hoeft de geest minder mee te gaan in zijn eigen uitwaaiering. Er kan meer gelijkmoedigheid (upekkhā; upekṣā) ontstaan: een evenwicht waarin aangename en onaangename ervaringen niet onmiddellijk hoeven te worden vastgegrepen of afgewezen.

Wroeging kan worden herkend als wat zij is: een geconditioneerde beweging van de geest rond wat voorbij is. Angst kan worden herkend als een geconditioneerde beweging rond wat mogelijk nog komt.

Ook zij hoeven niet te worden toegeëigend.

Daar ligt de betekenis van leven in het nu niet in het uitwissen van het verleden of het ontkennen van de toekomst. Het betekent aanwezig genoeg zijn om te zien wat zich nu voltrekt — en zorgvuldig te onderzoeken waardoor dukkha ontstaat en waardoor het kan ophouden.

Want alleen hier kan begeerte worden herkend wanneer zij ontstaat. Alleen hier kan vastgrijpen worden gezien wanneer het zich voordoet. En alleen hier kan worden losgelaten wat niet langer hoeft te worden vastgehouden.

Leef in het nu.
Niet door het verleden uit te wissen.
Niet door de toekomst te ontkennen.
Maar door helder te zien wat zich nu voordoet — zonder er meer van te maken dan het is.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.