DE VERGANKELIJKHEID VAN VORM

De Boeddha zegt:

❛ Beschouw vorm als vergankelijk. Wie vorm op deze manier beschouwt, heeft juist inzicht. Wie juist inzicht heeft, keert zich ervan af. Wie zich ervan afkeert, maakt een einde aan genoegen en begeerte. Wie een einde maakt aan genoegen en begeerte, zo zeg ik, bevrijdt de geest.❜

Deze passage komt uit de eerste leerrede van de Saṃyukta Āgama, een van de vroege boeddhistische verzamelingen van leerredes die in Chinese vertaling bewaard zijn gebleven.

De beweging die erin wordt beschreven, is kenmerkend voor de vroegste Dhamma: bevrijding begint met aandachtig kijken naar wat zich daadwerkelijk voordoet.

Vorm (rūpa) wordt niet beschouwd als iets stabiels of blijvends. Ze wordt onderzocht zoals ze zich werkelijk voordoet: als vergankelijk, veranderlijk en onderhevig aan beëindiging.

De vergankelijkheid van vorm zien, betekent daarom niet alleen een leer over verandering aanvaarden. Het betekent rechtstreeks waarnemen dat vorm niet blijft zoals ze is.

Dat is het verschil tussen weten dat iets vergankelijk is en de vergankelijkheid ervan daadwerkelijk zien.

Wanneer vorm zo wordt gezien, verandert ook onze verhouding ertoe. Wat duidelijk als vergankelijk wordt herkend, biedt steeds minder grond om aan vast te houden.

Vastgrijpen (upādāna) begint zijn grond te verliezen.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.