
Geschiedenis wordt meestal verteld aan de hand van wat mensen hebben opgebouwd. Koninkrijken. Staten. Beschavingen. Religies. Ideologieën. Grenzen. Oorlogen die werden gewonnen of verloren. Heersers die kwamen en gingen.
De Dhamma zou ons niet noodzakelijk andere feiten laten zien. Maar wel dezelfde feiten met andere ogen.
Dan zouden we niet alleen vragen wie een rijk stichtte, maar welke begeerte naar macht, bezit en voortbestaan het voedde. Niet alleen wie een oorlog won, maar hoeveel dukkha door verlangen, angst, vijandigheid en gehechtheid ontstond. Niet alleen welke grenzen werden getrokken, maar waarom mensen bereid waren te lijden en anderen te laten lijden voor iets wat finaal even vergankelijk bleek als alles wat eraan voorafging.
Want ook de geschiedenis draagt het kenmerk van anicca. Geschiedenis wordt dan bijna een enorme demonstratie van ontstaan, verandering en vergaan — terwijl mensen telkens opnieuw proberen vast te houden wat niet vastgehouden kan worden.
Rijken en illusies die eeuwig leken, verdwenen. Grenzen waarvoor mensen stierven, werden opnieuw getrokken. Overtuigingen die onaantastbaar leken, verloren hun gezag. Heersers die de wereld naar hun hand wilden zetten, werden slechts namen in boeken. Wat mensen met enorme inspanning probeerden vast te houden, veranderde ondanks hun inspanningen.
De Dhamma nodigt ons niet uit om daar met minachting op terug te kijken. De mensen uit het verleden waren onderworpen aan dezelfde geconditioneerdheid die we in onszelf kunnen herkennen: begeerte, gehechtheid, angst, afkeer, onwetendheid — maar ook vrijgevigheid, mededogen en het vermogen om los te laten.
Daarom zou een blik vanuit de Dhamma op de geschiedenis niet vragen: wie had gelijk? Wie was groot? Wie heeft gewonnen?
Maar: wat waren de voorwaarden waardoor dit kon ontstaan? Wat hield het in stand? Welk dukkha bracht het voort? En wat gebeurde toen die voorwaarden veranderden?
Dat is geen andere geschiedenis. Het zijn dezelfde mensen, dezelfde oorlogen, dezelfde beschavingen, dezelfde overwinningen en nederlagen.
Maar bekeken vanuit een ander perspectief.
Niet alleen: wat hebben mensen gedaan? Maar vooral: waaraan klampten zij zich vast? Aan het vergankelijke als het eeuwige? Aan het onbevredigende als iets wat bevredigt? En aan het zelfloze als het Zelf?
