HET WERELDSE PAD EN HET BOVENWERELDSE PAD

Er is een pad dat wordt beoefend, en er is een pad dat zich openbaart. Toch zijn het doctrinair gezien geen twee verschillende paden, maar twee dimensies van één en hetzelfde pad.

Dit pad wordt in de leer van de Gautama Boeddha het Edele Achtvoudige Pad genoemd (ariya aṭṭhaṅgika magga; āryāṣṭāṅga mārga).

Wanneer dit pad wordt ontwikkeld binnen de wereld van oorzaken en voorwaarden, wordt het het wereldse pad genoemd (lokiya magga; laukika mārga). Hier wordt de geest progressief gezuiverd. Aandacht (sati; smṛti) wordt stabieler. Concentratie (samādhi; id.) wordt dieper en stiller. Wijsheid (paññā; prajñā) begint te onderscheiden wat voorheen onopgemerkt bleef. Dit is het pad als beoefening, nog behorend tot het geconditioneerde (saṅkhata; saṃskṛta), nog rijpend binnen oorzaken en voorwaarden.

Maar wanneer de ontwikkeling van datzelfde pad volledig rijp is geworden, verandert zijn betekenis.

Dan wordt het het bovenwereldse pad genoemd (lokuttara magga; lokottara mārga).

Niet omdat er een nieuw pad verschijnt, maar omdat datzelfde pad niet langer gericht is op verdere zuivering, maar op de definitieve doorbraak. In één enkel padmoment (magga-citta; mārga-citta) wordt het Ongeconditioneerde (asaṅkhata; asaṃskṛta) rechtstreeks gekend. Nibbāna (nirvāṇa) wordt daarbij niet bereikt als iets wat ontstaat, maar gekend als dat wat nooit is ontstaan: het Ongeborene (ajāta; id.).

Wat hier wegvalt, is niet de wereld, maar de begoocheling (moha; id.) die haar als blijvend, bevredigend en als een zelf beschouwde.

Wat hier eindigt, is niet het pad, maar het idee dat er iemand is die het bewandelt en ergens aankomt. Het ‘streven’ om iets te worden valt weg. De drang om iets te bereiken. 

Daarom wordt gezegd dat het wereldse en het bovenwereldse pad niet verschillen in richting, maar in hun wijze van kennen. Het ene bereidt voor, het andere ontvouwt zich. Het ene zuivert het zien, het andere is het directe zien.

Het is als een spiegel die wordt gepolijst, totdat zichtbaar wordt dat het polijsten geen helderheid heeft voortgebracht, maar slechts heeft verwijderd wat haar bedekte.

Zo eindigt het pad niet doordat het verdwijnt, maar doordat zijn doel volledig is vervuld.

En in dat doorzien ontvouwt zich bevrijding (vimutti; vimukti), niet als het resultaat van inspanning, maar als het einde van de onwetendheid die inspanning noodzakelijk maakte.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.