
In stilte. Kijken. Verbonden. Met anderen die ook kijken. Zonder woorden. De kracht die het geeft om dit samen te doen.
Dit is satsang—een prachtig Sanskriet-woord. Het is van oorsprong een Indisch hindoeïstisch begrip, maar het bezit een uitzonderlijk intieme diepte.
Satsang betekent letterlijk: ‘samenkomen in waarheid’ of, eenvoudiger maar even subtiel: ‘in waarheid samen zijn’. Waarheid is datgene wat werkelijk is. Alles wat werkelijk is, is Waarheid. Yathābhūta.
Telkens als iets onze ervaring van Waarheid verdiept, opent het ons hart en kalmeert het onze geest.
Omgekeerd, wanneer iets, zoals een gedachte, angst of oordeel, onze ervaring van Waarheid vernauwt, trekt het ons hart samen en wordt onze geest onrustig.
Ieder van ons is begiftigd met het vermogen om Waarheid te onderscheiden van illusie. We hoeven het enkel te ontdekken, op te delven. Zelf. De ware leraar bevindt zich in ons. Wij zijn de Satguru.
Wanneer de intentie (cetanā) er is, kunnen we telkens opnieuw terugkeren naar Waarheid. Voorbij de vormen van begoocheling gaan. Altijd in satsang zijn. In die gelukzalige ruimte die ontstaan en vergaan transcendeert.
Acalam sukham.
