WOORDEN EN HET PAD

Woorden kunnen slechts wijzen. Het Pad ontvouwt zich in het directe zien — yathābhūta-ñāṇadassana — het heldere gewaar zijn van de dingen zoals ze zijn.

Woorden zijn als vingerwijzingen in de nacht: ze kunnen de blik openen, maar zijn zelf niet het licht. Structuren en vormen kunnen tijdelijk steun bieden—een gemeenschap, een methode, een traditie—maar zodra ze zichzelf tot doel maken, verliezen ze hun transformerende kracht.

Wat ooit levend inzicht was, wordt herleid tot een formule, een leer, een herhaling—tot een mantra zonder bezieling. 

De geest hecht zich aan de verpakking en vergeet de inhoud. 

Waar gehechtheid ontstaat, verliest het levende inzicht zijn openheid; wat bevrijdend was, wordt overtuiging; wat stil en open was, wordt systeem; wat bedoeld was om bevrijding mogelijk te maken, verstrikt de mens opnieuw in identificatie.

Zo sluipt onwetendheid—avijjā (avidyā)—naar binnen, vermomd als kennis, gezag en zekerheid, als iets dat op zichzelf lijkt te bestaan. Dhamma wijst niet naar een leerstelling, maar naar direct zien.

Ware Dhamma ligt niet besloten in woorden, maar in het directe zien — yathābhūta-ñāṇadassana — het heldere gewaar zijn van de dingen zoals ze zijn.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.