LAAT DE DHAMMA DHAMMA ZIJN

De Dhamma heeft geen opsmuk nodig. Geen mysterie om haar dieper te doen lijken. Geen exotische verpakking om haar bijzonder te maken. Geen grote woorden, titels, hiërarchieën of structuren om haar gezag te geven. Titels, posities, tradities of instellingen maken een uitspraak niet tot Dhamma. Wat als Dhamma wordt onderwezen, moet aan de Dhamma worden getoetst. De Dhamma is al radicaal genoeg.

Er is dukkha. Er is een oorsprong waardoor dukkha ontstaat. Er is de beëindiging ervan. En er is een weg die naar die beëindiging leidt. Dat is geen eenvoudige boodschap in de betekenis van gemakkelijk. Het is een directe boodschap. Een boodschap die onderzocht, beoefend, gezien en uiteindelijk verwerkelijkt moet worden.

Door de eeuwen heen heeft het boeddhisme vele vormen aangenomen. Rituelen, ceremonies, gewaden, beelden, gebruiken, instituties en culturele tradities zijn daar deel van gaan uitmaken. Daar hoeft op zichzelf niets mis mee te zijn. Mensen organiseren en geven vorm aan wat voor hen waardevol is. Maar de vorm mag nooit belangrijker worden dan datgene waarnaar zij verwijst.

Wanneer de verpakking de inhoud begint te verduisteren, wanneer mysterie de plaats inneemt van helderheid, wanneer titels, status of institutioneel gezag belangrijker worden dan kennis en beoefening, dreigen we iets wezenlijks uit het oog te verliezen. Wie de Dhamma onderwijst, draagt daarom een grote verantwoordelijkheid. Niet om indruk te maken, niet om een rol te spelen, niet om leerlingen afhankelijk te maken van de leraar of van een structuur, maar om zo helder mogelijk te wijzen naar wat de Boeddha centraal stelde: dukkha, het ontstaan ervan, de beëindiging ervan en de weg die tot die beëindiging leidt.

Daarvoor zijn kennis, beoefening en zorgvuldigheid nodig. En ook de nederigheid om te zeggen: dit weet ik niet. Een goede leraar hoeft de Dhamma niet groter te maken dan ze is. Hij hoeft zichzelf evenmin groter te maken. Zijn titel, positie of plaats binnen een traditie maken wat hij zegt op zichzelf nog niet tot Dhamma. Hij wijst. De beoefenaar luistert, onderzoekt en beoefent. De Dhamma moet uiteindelijk zelf gekend en gezien worden.

Laat daarom vormen vormen zijn en structuren structuren. Respecteer ze waar ze de beoefening ondersteunen. Hecht er niet aan wanneer ze de Dhamma beginnen te verduisteren. En vooral: verwar ze nooit met de Dhamma zelf.

Laat de Dhamma helder blijven. Eenvoudig waar ze eenvoudig is. Moeilijk waar ze moeilijk is. Radicaal waar ze radicaal is.

Zonder theater. Recht voor de vuist.

Dhamma.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.