DE DHAMMA IS GEEN VERKLARING VAN DE WERELD

De Dhamma is niet encyclopedisch, maar functioneel. De Boeddha probeert ons geen allesomvattende verklaring van de werkelijkheid te geven. Zijn onderricht is er niet op gericht iedere denkbare filosofische of metafysische vraag te beantwoorden. Het heeft een veel concreter doel: dukkha doorgronden en de weg wijzen naar de beëindiging ervan.

Er is dukkha: lijden, onbevredigendheid. De fundamentele onbevredigendheid van wat ontstaat, verandert en vergaat en waaraan we ons vastklampen alsof het blijvend is, alsof het ons werkelijk kan toebehoren. De Boeddha wijst daarop. Vervolgens toont hij waardoor dukkhaontstaat. Hij wijst op taṇhā, de begeerte die telkens opnieuw zoekt, grijpt en zich hecht. Niet om een theorie over het bestaan op te bouwen, maar omdat wat door oorzaken en voorwaarden ontstaat ook kan eindigen wanneer de voorwaarden ervoor ophouden.

En precies daar wordt de Dhamma radicaal praktisch en functioneel. De beëindiging van taṇhābetekent de beëindiging van dukkhaNirodha. Beëindiging. Maar ook daarmee houdt het onderricht niet op. De Boeddha wijst een weg waarop die beëindiging verwerkelijkt kan worden: het Edele Achtvoudige Pad.

Daarom zijn de Vier Edele Waarheden geen vier geloofsstellingen over de werkelijkheid. Ze beschrijven een opdracht. Dukkha moet worden doorgrond. De oorzaak ervan moet worden losgelaten. De beëindiging ervan moet worden verwerkelijkt. Het pad moet worden ontwikkeld.

Dat is het proces van Dhamma. Niet: Hoe kan ik alles verklaren? Maar: Wat is dukkha, waardoor ontstaat het, kan het eindigen, en wat moet ik doen om die beëindiging te verwerkelijken?

De Dhamma vraagt daarom niet om loutere instemming. Zij vraagt om onderzoek, om beoefening, om direct zien. Om doorzien. Dhamma is niet voor ja-knikkers.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.