
De Boeddha zegt in zijn eerste Voordracht in Sarnath — de Dhammacakkappavattana Sutta (Saṁyutta Nikāya 56.11), bij de uiteenzetting van de eerste Edele Waarheid: ❛ Geboorte is dukkha ❜ (jātipi dukkhā).
Maar waarom is geboorte dukkha? Is geboorte niet het begin van leven? Van vreugde? Van liefde? Van ontdekking? Van alles wat het bestaan waardevol maakt?
Waarom zou de Boeddha juist geboorte aanwijzen als dukkha?
Om dit te begrijpen, moeten we verder kijken dan de geboorte van een kind. Verder dan het ogenblik waarop een nieuw leven begint. We moeten onderzoeken wat geboorte werkelijk betekent.
Geboorte (jāti) is het ontstaan van geconditioneerd bestaan. Van saṃsāra. Van het verschijnen van de vijf aggregaten (pañcakkhandhā) die we gewoonlijk als een persoon beschouwen: lichamelijke vorm, gevoelens, waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn. Allemaal afhankelijk van oorzaken en voorwaarden. Allemaal onderhevig aan verandering.
Met geboorte ontstaat niet alleen leven. Er ontstaat ook de onvermijdelijkheid van ouderdom, ziekte en dood. Wat geboren wordt, zal veranderen. Wat ontstaat, zal vergaan. Wat verschijnt, zal verdwijnen.
Dit is geen pessimistische beschouwing. Het is een vaststelling van de werkelijkheid zoals ze is.
Geboorte is daarom niet noodzakelijk op ieder ogenblik een pijnlijke ervaring. Zij is dukkha omdat zij het begin vormt van een geconditioneerd bestaan dat geen blijvende zekerheid kan bieden. Een bestaan waarin aangename ervaringen voorbijgaan, waarin onaangename ervaringen ontstaan en waarin niets definitief kan worden vastgehouden.
De vreugde van het leven wordt hierdoor niet ontkend. Maar ook vreugde is vergankelijk. Ook geluk verandert. Ook wat we liefhebben, kunnen we verliezen.
Wanneer we verlangen dat het vergankelijke blijvend zou zijn, ontstaat gehechtheid (upādāna). Wanneer we ons vastklampen aan wat niet kan blijven, ontstaat dukkha.
Maar de Boeddha gaat nog verder.
Hij onderzoekt niet alleen wat geboorte met zich meebrengt. Hij onderzoekt ook waardoor geboorte ontstaat.
In zijn bespreking over afhankelijk ontstaan (paṭicca-samuppāda) zegt hij: ❛ Met worden als voorwaarde ontstaat geboorte ❜ (bhava paccayā jāti).
Geboorte staat niet op zichzelf. Zij maakt deel uit van een proces van oorzaken en voorwaarden. Onwetendheid (avijjā) ligt aan de basis van de keten van afhankelijk ontstaan. Verlangen (taṇhā) leidt tot vastklampen (upādāna). Vastklampen vormt een voorwaarde voor worden (bhava). En worden vormt een voorwaarde voor geboorte (jāti).
Met geboorte als voorwaarde ontstaan ouderdom en dood, verdriet, weeklagen, pijn, droefheid en wanhoop. Zo ontstaat deze hele massa van dukkha.
Hier ligt de diepere betekenis van de uitspraak dat geboorte dukkhais.
Niet omdat geboren worden een morele fout zou zijn. Niet omdat leven geen schoonheid of vreugde zou bevatten. Maar omdat ieder geconditioneerd bestaan onderhevig is aan ontstaan en vergaan. En omdat onwetendheid, verlangen en gehechtheid het proces van worden en opnieuw geboren worden in stand houden.
Daarom wijst de Boeddha niet naar een betere geboorte als uiteindelijke bevrijding. Niet naar een aangenamere vorm van bestaan. Niet naar een nieuwe identiteit binnen saṃsāra.
Hij wijst naar het uitdoven van de oorzaken die verdere geboorte en dukkha in stand houden.
Maar wat betekent dit voor onze beoefening?
Moeten we het leven afwijzen? Moeten we verlangen naar niet-bestaan? Moeten we proberen te ontsnappen aan het feit dat we geboren zijn?
Neen.
Ook het verlangen om niet te bestaan (vibhava-taṇhā) is een vorm van verlangen. Ook dit verlangen houdt dukkha in stand.
De Boeddha wijst niet naar de vernietiging van het leven als oplossing. Hij wijst naar het uitdoven van de oorzaken die dukkhavoortbrengen. Daarom moeten we onze aandacht richten op wat rechtstreeks onderzocht kan worden.
Observeer hoe verlangen ontstaat. Hoe een aangename ervaring de wens oproept om haar vast te houden. Hoe een onaangename ervaring de wens oproept om eraan te ontsnappen. Hoe de geest voortdurend zoekt naar iets wat zekerheid, voldoening of identiteit kan bieden.
Zie hoe het denken in termen van ‘ik’, ‘mij’ en ‘mijn’ deze beweging versterkt. Ik wil dit behouden. Ik wil dat vermijden. Ik wil iemand worden. Ik wil blijven wie ik ben.
Observeer hoe verlangen en identificatie het vastklampen versterken. Hoe het vastklampen het worden voedt. Hoe het proces van dukkhazich telkens opnieuw voortzet.
En onderzoek wat er gebeurt wanneer deze bewegingen niet langer worden gevoed. Wanneer een gevoel eenvoudigweg als een gevoel wordt herkend. Wanneer een gedachte als een gedachte wordt gezien. Wanneer verlangen wordt opgemerkt zonder het te volgen. Wanneer wat ontstaat, mag vergaan zonder dat de geest het probeert vast te houden.
Hier begint het bevrijdende inzicht.
Niet door het bestaan te veroordelen. Niet door een andere vorm van bestaan na te streven. Maar door de werkelijkheid rechtstreeks te zien zoals ze is (yathābhūta).
Door de vergankelijkheid (anicca), de onbevredigende aard (dukkha)en de zelfloosheid (anattā) van geconditioneerde verschijnselen te doorzien.
Wanneer dit inzicht zich verdiept, verliest onwetendheid haar greep. Verlangen en gehechtheid verliezen hun voedingsbodem. De voorwaarden die het worden en verdere geboorte in stand houden, worden geleidelijk ondermijnd.
De Boeddha beschrijft ook de omgekeerde beweging van afhankelijk ontstaan.
Wanneer onwetendheid ophoudt, houden de daardoor geconditioneerde processen op. Wanneer verlangen ophoudt, houdt vastklampen op. Wanneer vastklampen ophoudt, houdt worden op. Wanneer worden ophoudt, houdt geboorte op.
En met het ophouden van geboorte houden ook ouderdom en dood, verdriet, weeklagen, pijn, droefheid en wanhoop op.
Zo komt deze hele massa van dukkha tot een einde.
Dit betekent niet dat het lichaam van een bevrijd mens onmiddellijk ophoudt te bestaan. Evenmin betekent het dat er een werkelijk bestaand zelf vernietigd wordt. Het betekent dat de oorzaken voor verder worden en wedergeboorte volledig zijn uitgedoofd.
Dit uitdoven noemt de Boeddha nibbāna.
Nibbāna is het uitdoven van begeerte, afkeer en onwetendheid. Het einde van het vastklampen. De bevrijding uit dukkha.
