
Ontwaken is geen verandering van identiteit. Het voltrekt zich niet door van de ene religie naar de andere over te stappen, door een nieuw geloof aan te nemen of door van ‘boeddhist’ een nieuwe omschrijving te maken van wie je bent. Dat zou slechts de ene identiteit door een andere vervangen.
Precies daarin ligt het leitmotief van mijn laatste boek, Voorbij Boeddhisme. Doorheen dit boek keert steeds hetzelfde fundamentele proces terug: weg van de vraag wat we moeten geloven, welke leer we moeten aanvaarden of welke identiteit we moeten aannemen, en terug naar de uitnodiging van de vroegste Dhamma om zelf te onderzoeken en direct te zien. Niet om het boeddhisme af te wijzen, maar om door zijn historische, religieuze en culturele vormen heen te kijken naar het bevrijdende inzicht waarnaar ze uiteindelijk verwijzen.
De vroegste Dhamma wijst dan ook niet in de eerste plaats naar wat je moet worden, maar naar wat je moet zien. Zolang de geest zich vastklampt aan ideeën, overtuigingen en identiteiten, blijft hetzelfde proces werkzaam: ervaring wordt toegeëigend als ‘ik’, ‘mij’ en ‘mijn’. Ook een spirituele identiteit kan zo een nieuwe vorm van gehechtheid (upādāna; id.) worden.
Daarom vraagt de Dhamma niet in de eerste plaats wat je moet geloven of wie je moet worden. De vraag is veel directer: wat gebeurt hier werkelijk? Kijk naar de ervaring zoals zij zich ontvouwt. Naar lichaam en geest. Naar gevoelens en waarnemingen. Naar gedachten, verlangen en weerstand. Naar het voortdurende ontstaan en vergaan van verschijnselen.
Wie zorgvuldig kijkt, ziet dat wat verschijnt afhankelijk van voorwaarden ontstaat, verandert en weer verdwijnt. Niets ervan kan blijvend worden vastgehouden als ‘dit ben ik’ of ‘dit is van mij’. Daar begint de ommekeer. Niet doordat een nieuwe waarheid wordt aangenomen, maar doordat het directe zien de onwetendheid (avijjā; avidyā) doorbreekt.
Vergankelijkheid (anicca; anitya) hoeft dan niet langer te worden geloofd. Zij wordt gezien. Niet-zelf (anattā; anātman)hoeft niet als leerstelling te worden verdedigd. Het wordt zichtbaar in de ervaring zelf. Ook dukkha wordt niet langer alleen als begrip gekend: de voorwaarden waardoor het ontstaat en in stand wordt gehouden, worden rechtstreeks herkend.
Ontwaken betekent daarom niet dat er uiteindelijk iemand anders tevoorschijn komt. Geen beter ‘ik’, geen spiritueler ‘ik’, geen boeddhistisch ‘ik’. Het is het steeds helderder doorzien van het proces waardoor dat ‘ik’ telkens opnieuw wordt gevormd en toegeëigend.
Niet anders worden, maar anders zien. Direct zien. De dingen zien zoals ze werkelijk zijn (yathābhūta-ñāṇadassana; yathābhūta-jñānadarśana).
Voorbij Boeddhisme verschijnt begin september en zal gratis te downloaden zijn via het Boeddhistisch Dagblad en via deze site.
