EEN PERSOONLIJKE GESCHIEDENIS (III)

We kijken naar de geschiedenis van beschavingen en zien hoe gebeurtenissen uit voorwaarden ontstaan. We kijken naar filosofieën, religies, politieke systemen en andere menselijke voortbrengselen en zien hetzelfde.

Maar wat gebeurt er wanneer we naar onze eigen geschiedenis kijken? Ook daar vertellen we meestal een verhaal. Waar we vandaan komen. Wat we hebben meegemaakt. Wat anderen ons hebben aangedaan. Wat we hebben bereikt en verloren. De keuzes die we maakten. De mensen van wie we hielden. Onze successen, mislukkingen, verwondingen en verwachtingen.

Samen lijken ze te vertellen wie we zijn. Dit is “mijn” leven. Dit is wat “mij” gevormd heeft. Dit ben “ik”. De Dhamma vraagt niet om die geschiedenis te ontkennen. Wat gebeurd is, heeft gevolgen. Ervaringen laten sporen na. Keuzes hebben consequenties. Herinneringen kunnen vreugde, verdriet, verlangen of angst oproepen.

Maar ook deze geschiedenis kan met andere ogen worden bekeken. Dan zien we niet alleen wat er gebeurde, maar ook de voorwaarden waaronder het gebeurde. Dit gevoel ontstond door voorwaarden. Deze reactie ontstond door voorwaarden. Deze overtuiging werd gevormd door eerdere ervaringen, waarnemingen en gewoonten. Ook wat we vandaag als vanzelfsprekend beschouwen, had onder andere voorwaarden anders kunnen ontstaan.

Ons persoonlijke verleden blijkt dan geen onveranderlijk bezit dat ergens als een vast “ik” wordt bewaard. Het werkt door wanneer de voorwaarden daarvoor aanwezig zijn. Een herinnering verschijnt. Een gevoel ontstaat. Een gedachte volgt. Verlangen of afkeer komt op.

En bijna onmiddellijk kan toe-eigening volgen: Dit is “mij” overkomen. Zo ben “ik” nu eenmaal. Dit hoort bij “mij”. Dit ben “ik”. Daar wordt geschiedenis identiteit. Niet omdat het verleden niet werkelijk heeft plaatsgevonden, maar omdat wat geconditioneerd ontstond wordt toegeëigend als “ik”, “mij” en “mijn”.

Ook die toe-eigening is geconditioneerd. En daarom kan ze onderzocht worden.

We hoeven ons verleden niet uit te wissen om ervan bevrijd te worden. We kunnen leren zien wat er nu, afhankelijk van voorwaarden, uit voortkomt — en wat er gebeurt wanneer we het niet langer vastgrijpen.

Want waar vastgrijpen wordt gevoed, wordt ook het proces van worden (bhava) gevoed. Op basis van wat geweest is, ontstaat telkens opnieuw wat “ik” ben, wat “ik” geworden ben en wat “ik” nog moet worden. Zo wordt het verleden niet alleen herinnerd. Het wordt materiaal voor verder worden.

De Dhamma nodigt ons uit precies dat proces te zien: hoe ervaring toegeëigend wordt, hoe toe-eigening het worden voedt, en hoe dat worden niet langer gevoed hoeft te worden.

Dan blijft het verleden het verleden. Het hoeft niet telkens opnieuw te bepalen wie “wij” zijn.

Dit is de geschiedenis die vanuit de Dhamma het meest zorgvuldig onderzocht moet worden. Niet alleen de geschiedenis van de wereld. Maar de geschiedenis waaruit telkens opnieuw “ik”, “mij” en “mijn” worden gevormd.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.